Woorden, nietszeggend
zichzelf toch weerleggend
woorden als als en als dan
moorden al vechtend
liefkozend beslechtend
wetend: hij haat, zij houdt van.
De redenaar vermoordde haar
met woorden,
zonder ook maar énig handgebaar
een moordenaar, een woordenaar
een leugenaar en loochenaar
maar kunstenaar en tovenaar
die woordenaar.
en heel 't jaar:
Met zinnen als touwen
tot stroppen geknoopt
ontstaan uit vertrouwen
maar volledig gesloopt
van woorden tot koorden
verbonden, verenigd
verbannen naar oorden
waar niemand ooit heen ging
en daar gestenigd
met zware termen
geraakt en vermaakt
onbezonnen weliswaar
maar gemikt en dus raak
Uiteraard ook zeer vaak
in beeldspraak en heel graag;
symbolen verscholen
in letters van zinnen
verzonnen verbanden, vervormd tot
een wapen, de letters als
's redenaars handelswaar.
en zie, wat raar:
Metaforen, die door hun
verloren bekoring
verworden tot onzin
verdorren verstarren
verstenen verwarren
verbreken, een wirwar.
Bizar schijnt die warboel,
een kluwen van koorden
van zinnen en woorden,
met één enkel doel:
'verdoezel de feiten!'
zij splijten de lucht als verwijten
gedachten gebundeld tot stralen
gekunsteld vertalen,
vervormd tot verhalen.
door scherpe tongen
omlijst en verwoord
vereist en vermoord
omgeven met vlinders
met bomen en bloemen
de natuur slechts gebruikt
om de haat te verbloemen
en de jonge vrouw te verdoemen.
Zijn scherpe tong rijt
haar open met een verwijt
zijn woorden doen pijn
en meer dan
welk mes ook maar kan.
Een werelds gevecht
en volkomen terecht
en hij weet: hij is slecht
ze doet al wat hij zegt
maar ze smeekt hem
met gedempte stem
laat jij me vrij?
ze praten en hij vraagt
waarom dan, wat doe ik?
wat is mij te vergeven?
ik ben eerlijk, oprecht en
wanneer ik je pijn deed
met een woord als lemmet
verdiende je ... het.
Ja, toen hij haar sneed
openreet met een kreet
was hij slechts poëet
en de koning der schrijfsels
verbolgen door twijfels
over het recht op gevecht
maar vastberaden
in zijn voordeel beslecht.
rancune als gevaar:
Die haat die uitgaat
van verborgen verstand en
verhuld verlangen naar bloed
en wat kan, moet
hij weet goed wat hij doet
hij voelt haar pijnen
als waren het de zijne
maar hij blijft rustig
toch altijd strijdlustig
al zijn verwijten omlijst
met schoonheid en wijsheid
En waar doden slechts vandaag kan:
morgen blijft immer verborgen
en wie begrijpt hem dan nog?
Niemand meer.
De redenaar vermoordde haar
met woorden,
zonder ook maar énig handgebaar
een moordenaar, een woordenaar
een leugenaar en loochenaar
maar kunstenaar en tovenaar
die woordenaar.
'Ooit deelden zij een laken.'
denkt hij, 'en nu?'
Het meisje huilt
en daar bevestigt haar
allerlaatste snik:
'Die desastreuze woordenaar
was ik.'