dinsdag 23 oktober 2007

LEXICOGRAAF

Woorden, nietszeggend
zichzelf toch weerleggend
woorden als als en als dan
moorden al vechtend
liefkozend beslechtend
wetend: hij haat, zij houdt van.


De redenaar vermoordde haar
met woorden,
zonder ook maar énig handgebaar
een moordenaar, een woordenaar
een leugenaar en loochenaar
maar kunstenaar en tovenaar
die woordenaar.


en heel 't jaar:


Met zinnen als touwen
tot stroppen geknoopt
ontstaan uit vertrouwen
maar volledig gesloopt


van woorden tot koorden
verbonden, verenigd
verbannen naar oorden
waar niemand ooit heen ging
en daar gestenigd
met zware termen
geraakt en vermaakt


onbezonnen weliswaar
maar gemikt en dus raak
Uiteraard ook zeer vaak
in beeldspraak en heel graag;
symbolen verscholen
in letters van zinnen
verzonnen verbanden, vervormd tot
een wapen, de letters als
's redenaars handelswaar.


en zie, wat raar:


Metaforen, die door hun
verloren bekoring
verworden tot onzin
verdorren verstarren
verstenen verwarren
verbreken, een wirwar.


Bizar schijnt die warboel,
een kluwen van koorden
van zinnen en woorden,
met één enkel doel:
'verdoezel de feiten!'
zij splijten de lucht als verwijten
gedachten gebundeld tot stralen
gekunsteld vertalen,
vervormd tot verhalen.
door scherpe tongen
omlijst en verwoord
vereist en vermoord


omgeven met vlinders
met bomen en bloemen
de natuur slechts gebruikt
om de haat te verbloemen
en de jonge vrouw te verdoemen.


Zijn scherpe tong rijt
haar open met een verwijt
zijn woorden doen pijn
en meer dan
welk mes ook maar kan.


Een werelds gevecht
en volkomen terecht
en hij weet: hij is slecht
ze doet al wat hij zegt
maar ze smeekt hem
met gedempte stem
laat jij me vrij?


ze praten en hij vraagt
waarom dan, wat doe ik?
wat is mij te vergeven?
ik ben eerlijk, oprecht en
wanneer ik je pijn deed
met een woord als lemmet
verdiende je ... het.


Ja, toen hij haar sneed
openreet met een kreet
was hij slechts poëet
en de koning der schrijfsels
verbolgen door twijfels
over het recht op gevecht
maar vastberaden
in zijn voordeel beslecht.


rancune als gevaar:


Die haat die uitgaat
van verborgen verstand en
verhuld verlangen naar bloed
en wat kan, moet
hij weet goed wat hij doet
hij voelt haar pijnen
als waren het de zijne
maar hij blijft rustig
toch altijd strijdlustig
al zijn verwijten omlijst
met schoonheid en wijsheid


En waar doden slechts vandaag kan:
morgen blijft immer verborgen
en wie begrijpt hem dan nog?


Niemand meer.


De redenaar vermoordde haar
met woorden,
zonder ook maar énig handgebaar
een moordenaar, een woordenaar
een leugenaar en loochenaar
maar kunstenaar en tovenaar
die woordenaar.


'Ooit deelden zij een laken.'
denkt hij, 'en nu?'
Het meisje huilt
en daar bevestigt haar
allerlaatste snik:
'Die desastreuze woordenaar
was ik.'

woensdag 17 oktober 2007

Fictief.

Dat is niet de bedoeling, niet een beetje zelfs. Ik wilde slechts gedachten lezen, de toekomst kan ik niet aan. Begrijp mijn eigen daden niet, mijn acties onherroepelijk gedetermineerd, doch gekend. Waarom ageer ik als ik doe? Slaaf van het lot als allen zijn, echter in de wetenschap van een spoedig eind - en al wat ervoor zal zijn.
Ik slaap niet meer want weet teveel, zelfs dat dát gebrek aan rust de reden is van de dood die op mij afsnelt -als was het een lichtstraal. Zijn enige wapen is mijn vermoeidheid, maar wat voor wapen is dat? Ultiem en desastreus.
Ik zal vallen maar wilde slechts weten of ze ook van mij hield. Ik vroeg om een blik in haar hoofd maar kreeg een kijk op het komende, zonder de mogelijkheid tot verandering. En geloof me als ik zeg dat dat het aller ergste is. Ik ken hierdoor mezelf niet meer: ik zou anders doen wanneer ik zelf kon bepalen wat de doen met déze informatie.
Nu weet ik maar doe ik als een kennisloze. Nooit geweten wat waarden waren, wie weet dat wel? Nog steeds verliefd maar nu met de zekerheid je nooit mijn vrouw te maken, ik mis je maar ken je niet. Een straf voor een zinloze wens die zwaarder is dan de last die de heer eens van onze schouders nam. Noemenswaardig is eveneens dat het lijkt alsof mijn wezen is gesplitst: mijn lichaam is niet meer het instrument van mijn geest.
Vervolmaking is reeds onmogelijk geworden.

Één zijn kan niet meer. Ik besta niet meer als ik, wij is nu een beter woord. Helaas niet wij als maten, vrienden of kameraden, maar wij als tegenpolen, vijanden zelfs.

Vragen

In kalme gebaren

staren de bejaarden

blinden vragen

doofstomme dagen

dwars school les

vertel mis test

maar laat me varen

op zee

op zee

olé

Uiterlijk.

Bergketens, pijn als ik ze zie. Scherpe toppen waar ik mijn hart aan openhaal. Huil ik nu? Tranen stromen aan de binnenkant van mijn gezicht en ze zijn zo koud dat ik bevries. Mensen die zeggen dat ik stil moet zijn als ik wil schreeuwen. Dat ik moet luisteren als ik vertel. Ik kan me nu niet uiten. Dit leven is voor mij een hel. Ik probeer in mijn lichaam te wonen, als een kluizenaar dat doet, maar moet te vaak naar buiten. Ik ontmoet niet goed. Mijn huid is reeds te strak om steeds weer aan te trekken, maar mijn geest blijft groeien wanneer ik dat omhulsel verlaten heb. Als ik mijn zoektocht naar kennis zou staken, dan zou ik zo kunnen blijven. Geen hoofdpijn meer na mijn intrede. Intreden zou niet eens nodig zijn wanneer ik niet meer zoeken zou naar de wetenschap erbuiten. Ik zou rust hebben. Ik zou vrede kennen. Ik zou te begrijpen blijven. En ze zouden me soms laten spreken. Maar ik zou niet gelukkig zijn als ik niets te vertellen had aan mijn toehoorders. Liever niet gehoorde wijsheid dan veelbeluisterde dwaasheid. Wat moet ik?

zaterdag 4 augustus 2007

Aanzoek

Hoe zoek ik aan?
Hoe vind ik uit?
de zwarte hoed staat deftig, chique
die zwarte jurk, ik ben verliefd
haar lichte ogen, blote armen
bezorgen mij een warm verlangen

Nip water gelijk wijn
naar echte wijn dorst ik niet
ik knip een liefdesbrief uit duizend lila lelie's
met hevig trillende handen
vouw vervolgens een gekarteld hart

ik mors met liters wijn
mijn nieuwe kleren rood
ontdoe me dan, ervan
en kniel daar - bloot - voor haar

De vraag, zwaar, ik stel hem maar
'ja' zegt ze zacht, 'ja.'

de ring, nat van gelukstraanwater,
glijdt even soepel om haar vinger
als ik, wat later, ...

Allstars

Allstars
Alle sterren gedragen met liefde.

winterleli

winterleli
<3

Over mij

Judas Stropdas
Ik besta niet zonder Judas, mijn lichaam is het zijne. Misschien is hij het wel die deze dwaze woorden schrijft - maar dan ben ik het juist die 'hij' genoemd wordt - en ben ik slechts een onderdrukte herinnering aan of van mezelf. Wie is hij? Mijn koning, mijn slaaf of mijn creativiteit. Of alle tezamen: een eenheid. Als ik sterf dan is hij het die voortleeft als een digitale geest.
Mijn volledige profiel weergeven